Huismussen: mogelijke onderschatting aantal nest- en verblijfplaatsen

Voor het onderzoeken van huismusverblijfplaatsen onder de Wet natuurbescherming zijn volgens het Kennisdocument van BIJ12 twee veldbezoeken van een uur nodig in de optimale periode van 1 april en 15 mei of drie bezoeken tussen 10 maart en 20 juni (waarvan één in de optimale periode). Maar zijn de timing en het aantal bezoeken genoeg om effectief huismusnesten te beschermen? Collega Cornelis Fokker schreef over deze onderzoeksvraag en zijn lopende onderzoek een artikel voor De Levende Natuur.

Methode

Sinds 2021 volgen wij een huismuskolonie in een aantal te slopen huizenblokken. In 2021 volgens de voorgeschreven onderzoeksinspanning en in 2022 één keer per week tussen maart en juli via onder andere ringonderzoek. Huismussen werden gevangen en van ringen voorzien om de nestlocaties in kaart te brengen.

Resultaten

2021: 18 bezette nesten

2022: 25 broedparen met 33 verblijfplaatsen

Tijdens het 2022 onderzoek ondervonden we het volgende:

  • 6 locaties uit 2021 werden in 2022 niet meer gebruikt.
  • In 2022 vonden we ná 15 mei nog 6 nieuwe nestplaatsen.
  • 16 paartjes hadden twee legsels. 6 daarvan gebruikten twee nestlocaties en bij 2 daarvan gebruikte het mannetje een andere locatie dan het nest als slaapplaats.

Discussie en conclusie

  • Aan de hand van het ringonderzoek kunnen we concluderen dat, uitgaande van een stabiele populatie huismussen, we slechts 72% van de mussenparen en 54% van hun verblijfplaatsen vonden. De gebruikte onderzoeksmethode kan dus leiden tot een onderschatting.
  • Verschillende paartjes kunnen dezelfde ingang gebruiken, waardoor zulke verblijfplaatsen gemakkelijk als hetzelfde nest worden beschouwd tijdens het reguliere onderzoek.
  • Ook na 15 mei begonnen huismussen te nestelen op nieuwe plekken in het plangebied.

Wij concluderen dat door de reguliere onderzoeksmethode bijna de helft van de verblijfplaatsen gemist kan worden. Uit ons lopende ringonderzoek blijkt dat deze methode onvoldoende kan zijn voor een goed beeld van het aantal verblijfplaatsen.

Onze aanbeveling is een uitgebreider onderzoek: tenminste drie bezoeken, waarvan één in de periode 15 mei t/m 15 juni. Zo worden meer nestlocaties van vervolgnesten vastgesteld.

Zie de volgende PDF voor het gehele artikel:

172_173_DLN4_Huismus

Met dank aan de redactie van De Levende Natuur en aan woningcorporatie Rhiant voor medewerking aan dit onderzoek.