Nachtelijk duikeendonderzoek in de Biesbosch brengt belangrijke foerageergebieden in beeld

Waar foerageren kuifeenden en tafeleenden in de Biesbosch? Reguliere vogeltellingen geven een goed beeld van de aantallen die overdag in het gebied verblijven. Deze duikeenden zoeken hun voedsel echter voornamelijk ’s nachts. Daardoor was onvoldoende bekend welke wateren zij als foerageergebied gebruiken.

In opdracht van de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland onderzocht Ecoresult de dagrustplaatsen, vliegbewegingen en nachtelijke foerageerlocaties van kuifeenden en tafeleenden. Daarbij brachten we ook de beschikbaarheid van mossels in delen van het gebied in kaart. Het onderzoek laat zien dat bescherming van alleen de bekende dagrustplaatsen niet voldoende is. Ook de wateren waar de eenden ’s nachts voedsel zoeken, zijn van groot belang voor het functioneren van de Biesbosch als overwinteringsgebied.

In het kort


Dagtellingen vertellen niet het hele verhaal: kuifeenden en tafeleenden rusten overdag vooral op rustige wateren, maar vertrekken na zonsondergang naar andere delen van de Biesbosch om te foerageren.


Circa 40 tot 45 procent van het onderzochte wateroppervlak is potentieel geschikt als foerageergebied: dit komt neer op ongeveer 4.300 hectare. De grootste nachtelijke concentraties werden aangetroffen op rivieren en in enkele grotere kreken.


Bescherming moet ook gericht zijn op nachtelijke foerageergebieden: verstoring op deze locaties kan invloed hebben op de energiehuishouding van overwinterende duikeenden. Periodieke nachtelijke monitoring is daarom belangrijk.

Waarom onderzoek naar duikeenden in de Biesbosch?

De Biesbosch is aangewezen als Natura 2000-gebied en heeft een belangrijke functie voor overwinterende watervogels. Voor de kuifeend geldt een instandhoudingsdoelstelling met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 3.800 vogels. Voor de tafeleend gaat het om gemiddeld 130 vogels.

Cornelis Fokker leidde het onderzoek namens Ecoresult: “Met dagtellingen weten we hoeveel duikeenden ongeveer in de Biesbosch aanwezig zijn. Maar als je wilt begrijpen waarvan deze vogels afhankelijk zijn, moet je ook weten waar ze ’s nachts hun voedsel vinden. Juist die informatie hadden we nog onvoldoende.”

Kuifeenden in de Biesbosch | Foto: Rick Dekker

Hoe is het duikeendonderzoek uitgevoerd?

Het onderzoek richtte zich op de kuifeend en de tafeleend in het Natura 2000-gebied Biesbosch. Om zowel de mogelijke als de daadwerkelijk gebruikte foerageergebieden te bepalen, combineerden we verschillende onderzoeksmethoden.

Begrenzing van het Natura 2000-gebied Biesbosch.

Potentieel foerageergebied bepalen

Op basis van bestaande kennis is eerst beoordeeld welke wateren geschikt kunnen zijn als foerageergebied. Daarbij is onder meer gekeken naar waterdiepte, bodemtype en de mogelijke aanwezigheid van voedsel.
Kuifeenden en tafeleenden eten verschillende soorten fauna en plantaardig materiaal. Mossels vormen een belangrijke voedselbron. Daarom is ook onderzocht welke mossels op verschillende locaties aanwezig waren.

Mossels en schelpen bemonsteren

Op 47 meetpunten zijn bodemmonsters genomen met een bodemhapper. De opgeviste mossels en schelpen werden vervolgens uitgezocht, gedetermineerd, gewogen en in kaart gebracht.
Stagiair Rick Dekker leverde een belangrijke bijdrage aan dit deel van het onderzoek. Op kantoor sorteerde en woog hij het verzamelde materiaal en verwerkte hij de resultaten. Zo ontstond een beeld van de beschikbare mosselsoorten op de bemonsterde locaties.
De quaggamossel bleek op veel onderzochte plekken dominant aanwezig. Op locaties waar ’s nachts grote aantallen duikeenden werden waargenomen, werden daarnaast relatief veel Aziatische korfmossels gevonden. Dat is een interessante aanwijzing, maar het onderzoek toont niet aan dat de eenden deze mossels daadwerkelijk aten. Daarvoor is aanvullend dieetonderzoek nodig.

In het veld zijn de monsters schoongemaakt en verzameld, waarna ze achteraf zijn gedetermineerd, gewogen en gemeten.

Uitvlieg- en nachttellingen

Rond zonsondergang zijn uitvliegtellingen uitgevoerd bij bekende dagrustplaatsen. Daarbij registreerden de onderzoekers hoeveel eenden vertrokken en in welke richting ze vlogen.

Vervolgens zijn tijdens drie nachten tellingen vanaf een boot uitgevoerd. Warmtebeeldkijkers maakten het mogelijk om groepen eenden in het donker op te sporen en te tellen. Deze methode bleek zeer bruikbaar, al blijft nachtelijk veldonderzoek uitdagend.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?

Duikeenden verlaten hun rustplaatsen na zonsondergang.
De uitvliegtellingen laten een duidelijk patroon zien. Vanaf ongeveer 40 tot 80 minuten na zonsondergang verlieten grote aantallen duikeenden hun dagrustplaatsen. Zij vlogen vervolgens naar rivieren, kreken en andere wateren om te foerageren. De spaarbekkens vervullen daarmee vooral een functie als veilige dagrustplaats. Het foerageren vindt voor een belangrijk deel elders plaats.

De uitvliegtellingen werden ruim voor zonsondergang gestart, zodat voldoende daglicht beschikbaar was om de aanwezige duikeenden op de dagrustplaats te tellen | Foto: Daan van Braak

Tijdens de nachttellingen werden met behulp van warmtebeeldkijkers de duikeenden geteld | Foto: Daan van Braak

Ongeveer 4.300 hectare potentieel foerageergebied

Dit betekent niet dat alle geschikte wateren voortdurend of in dezelfde mate worden gebruikt. Voedselbeschikbaarheid, waterdiepte, stroming, weersomstandigheden en verstoring kunnen mede bepalen waar de vogels op een bepaalde nacht foerageren.

Dagtellingen blijven waardevol, maar hebben een ander doel

Dat onderscheid is belangrijk. Wie alleen naar dagrustplaatsen kijkt, kan ten onrechte concluderen dat andere wateren een beperkte betekenis voor de vogels hebben. Het nachtelijke onderzoek laat juist zien dat verschillende gebieden samen één functioneel leefgebied vormen.

Cornelis: “Een rustplaats en een foerageergebied kun je niet los van elkaar beschermen. Een duikeend heeft overdag rust nodig, maar moet ’s nachts ook voldoende voedsel kunnen bereiken. Als één van die functies onder druk komt te staan, kan dat gevolgen hebben voor de geschiktheid van het hele gebied.”

kuifeenden in de Biesbosch

Kuifeenden in de Biesbosch tijdens het duikeendonderzoek gefotografeerd door Rick Dekker.

Wat betekent dit voor bescherming en beheer van duikeenden?

Verstoring verdient daarbij bijzondere aandacht. Duikeenden hebben in de winter voldoende energie nodig om te overleven. Wanneer vogels tijdens het rusten of foerageren regelmatig worden opgejaagd, verliezen ze energie en hebben ze minder tijd om voedsel te zoeken of te rusten.

Het advies is daarom belangrijke foerageergebieden ‘s nachts periodiek te monitoren. Een frequentie van eens per drie jaar kan inzicht geven in veranderingen in aantallen, verspreiding en gebiedsgebruik.
“Nachtelijk onderzoek maakt zichtbaar welke gebieden overdag misschien rustig of zelfs leeg lijken, maar na zonsondergang een belangrijke functie krijgen. Die kennis helpt provincies en terreinbeheerders om maatregelen beter te onderbouwen en bescherming op de juiste locaties te richten,” aldus Cornelis Fokker.

Vervolgonderzoek naar kuifeenden en tafeleenden

Het onderzoek geeft nieuwe inzichten, maar roept ook vervolgvragen op. Zo zou GPS-zenderonderzoek nauwkeuriger kunnen laten zien hoe individuele eenden zich tussen rust- en foerageergebieden verplaatsen. Om vast te stellen welke mosselsoorten daadwerkelijk worden gegeten, is dieetonderzoek nodig.

Nachtelijk watervogelonderzoek als basis voor gericht beheer

Door dagtellingen te combineren met uitvliegtellingen, warmtebeeldonderzoek en onderzoek naar voedselbeschikbaarheid ontstaat een completer beeld van het leefgebied. Dat biedt provincies en terreinbeheerders concrete aanknopingspunten voor Natura 2000-monitoring, gebiedsbescherming en ecologisch beheer.

Wil je weten hoe Ecoresult onderzoek naar watervogels kan inzetten voor jouw gebied of beheeropgave? Neem contact met ons op over duikeendonderzoek, Natura 2000-monitoring en ecologisch beheer.

Contact

Wil je Ecoresult betrekken bij jouw project?

Neem contact met ons op en we leggen je graag uit wat we voor je kunnen betekenen.

Mogelijk vind je dit ook interessant:

Kleurringonderzoek huismus: wat gebeurt er bij sloopprojecten?
Video interview waar ecoloog en vogelonderzoeker Cornelis te zien is
Video: onderzoek broedbiologie matkop