In opdracht van Gemeente Utrecht voerde Ecoresult een natuurwaardenonderzoek uit rondom de Nedereindse Plas. Met een brede soorteninventarisatie is in kaart gebracht welke (beschermde) soorten en natuurwaarden aanwezig zijn en waar ze het gebied gebruiken.
Key Takeaways

Unieke opdracht: Geen standaard juridische check, maar een integrale inventarisatie van 94 hectare: van vegetatiestructuur tot toppredatoren.

De resultaten: Een onverwacht rijke biodiversiteit met o.a. 54 broedvogelsoorten, 7 vleermuissoorten en zeldzame paddenstoelen.

Innovatieve aanpak: Hoe specifieke ‘bosschagekartering’ en een team van specialisten direct toepasbaar beheeradvies opleveren.
Waarom dit natuurwaardenonderzoek?
De Nedereindse Plas is een gevarieerd gebied met plassen, ruigtes, graslanden, bosschages en intensiever gebruikte delen zoals de wielerbaan en skiheuvel. Juist die afwisseling maakt dat veel soortgroepen er kansen vinden. Voor een opdrachtgever is het dan belangrijk om niet alleen “óf” er soorten zitten te weten, maar ook waar de belangrijke plekken liggen en welke functies het gebied vervult (zoals foerageergebied, broedgebied of schuilplek).

De opdracht: zoveel mogelijk soorten
Onze collega Bastiaan van de Wetering (projectleider): “De gemeente gaf ons een mooie opdracht: breng zoveel mogelijk soorten in beeld. Het is fantastisch als een opdrachtgever verder kijkt dan de juridische noodzaak. Hierdoor konden we onze volledige expertise inzetten, van vegetatiestructuren tot marters. Dat levert niet alleen een soortenlijst op, maar een systeemanalyse waar je de komende tien jaar beheerbeleid op kunt maken.”
Soorten éérst: zo doen we natuurwaardenonderzoek
Die brede vraag vroeg om een brede aanpak: naast beschermde en Rode Lijst-soorten namen we ook de Utrechtse prioritaire soorten mee. Zo ontstaat inzicht in de soorten én de elementen die het gebied rijk maken.
Het onderzoeksgebied (94 hectare) ligt rond twee zandwinplassen ten westen van de A2. Het landschap is zeer afwisselend met kruidenrijke taluds, ruigtes, graslanden, bosschages en een gronddepot. Juist die variatie biedt kansen voor veel soortgroepen.
Bastiaan vertelt: “In delen van het gebied zijn ruigtes ontstaan op opgebrachte grond. Zulke pionierplekken kunnen verrassend rijk zijn, omdat allerlei soorten er ruimte vinden om te kiemen, te bloeien en zich te vestigen.”
Van vleermuizen tot paddenstoelen: onderzoek met veel specialismen
Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen, is onderzoek gedaan naar meerdere soortgroepen en ecologische functies. We werkten daarbij met een team van specialisten, zodat we zowel breed konden kijken als de diepte in konden waar dat nodig was.
Bastiaan: “Dit was een heel divers onderzoek, met veel soorten en veel specialismen van onze medewerkers die bij elkaar komen. Op zoveel vlakken hebben we expertise in huis, maar bij dit project kwam wel echt heel veel bij elkaar. Dat was redelijk uniek.”
We onderzochten onder andere:
- Vleermuizen (foerageergebied en vliegroutes)
- Broedvogels (vlakdekkend, conform Sovon/BMP) en specifiek ransuil
- Amfibieën en reptielen (heikikker, rugstreeppad, ringslang)
- Zoogdieren (onder andere waterspitsmuis via eDNA en livetrapping, en kleine marterachtigen via cameravallen)
- Flora en vegetatie (Rode Lijst, Utrechtse soortenlijst, glanshaverhooiland)
- Vegetatiekartering (bloemrijkdom en graslandfasen)
- Bosschagekartering (structuur en soortenopbouw van bosschages)
- Insecten (dagvlinders, sprinkhanen, libellen, bijen), met extra aandacht voor teunisbloempijlstaart en waardplanten
- Paddenstoelen (met aanvullende determinatie en analyse door een externe specialist)
Samenwerking in het team
Binnen Ecoresult werkten meerdere specialisten samen, waaronder Bas Verhoeven (bijen en andere insecten), Roel van Marrewijk, Koen van Veen en Janneke Klute (vleermuizen) en Niek Roozen (flora, bosschagekartering en muizen). Bastiaan van de Wetering was projectleider en contactpersoon voor deze opdracht.
Bosschagekartering: uniek onderdeel van dit onderzoek
Een onderscheidend onderdeel van onze aanpak was de ‘Bosschagekartering’. In plaats van enkel soorten te turven, hebben we de structuur van de diepe bosschages en ruigtes gedetailleerd in kaart gebracht. Juist deze structuurvariatie is essentieel voor broedvogels en schuilplekken voor fauna.
Bij de bosschagekartering zijn 13 bosschages beschreven. Daarbij is gekeken naar soortensamenstelling (inheems en uitheems, bosflora) en bosstructuur (mantel en zoom, boomhoogtes, holtes, staand en liggend dood hout).
Resultaten in vogelvlucht: biodiversiteit op hoog niveau
Vleermuizen
Er zijn 7 soorten vleermuizen aangetroffen. Met name de gewone dwergvleermuis werd in hoge aantallen geregistreerd. Ook meervleermuis en watervleermuis foerageren in (luwere delen van) de plassen.
Broedvogels
In totaal zijn 403 territoria vastgesteld, verdeeld over 54 broedvogelsoorten. Daarbij zijn ook soorten aangetroffen met jaarrond beschermde nesten, waaronder ransuil, sperwer en buizerd, en meerdere Rode Lijst-soorten.
Een prachtig resultaat is het vastgestelde broedgeval van de goudvink (Rode Lijst), een soort die juist gebaat is bij dichte struwelen. Precies die structuren hebben we in het gebied goed in beeld gebracht.

Broedgeval van de goudvink (Rode Lijst) Nedereindse Plas
Amfibieën en reptielen
Van heikikker is één vindplaats van eieren gevonden (circa 500 eieren). Rugstreeppad is niet in het onderzoeksgebied aangetroffen, wel roepende exemplaren in de polder ten westen ervan. Ringslang is niet waargenomen. Wel zijn twee natuurlijke broedhopen gevonden die mogelijk in de toekomst geschikt kunnen zijn.
Zoogdieren: van steenmarter tot egel
Camerabeelden tonen dat (het zuidoosten van) het gebied functioneel leefgebied is voor steenmarter en bunzing, met mogelijke verblijfplaatsen. Deze toppredatoren bevestigen de gezondheid van het gebied. Ook haas en konijn zijn waargenomen.
Waterspitsmuis is niet aangetroffen: niet via eDNA en niet via livetrapping. Ook andere (kleinere) zoogdieren, zoals de egel, vinden hun weg in de randzones van het gebied.
Bunzing, egel en steenmarter vastgelegd met wildcamera.
Flora en vegetatie: bijzondere vondsten
Er zijn 2 Rode Lijst-plantensoorten gevonden: beemdkroon en gewone agrimonie. Daarnaast zijn 10 soorten van de Utrechtse soortenlijst vastgesteld en 5 doelsoorten voor glanshaverhooiland, waaronder aardaker en goudhaver.
De variatie in het gebied zorgt voor verrassende vondsten. Zo troffen we aardaker aan, een soort die profiteert van de zandige ondergrond. Ook soorten als bijenorchis (op de skiheuvel) en rietorchis (aan de zuidkant van de oostelijke plas) werden gevonden. Dit zijn mooie voorbeelden van soorten van de Utrechtse soortenlijst die laten zien hoe waardevol de afwisseling in het gebied is.
Naast soortnamen hebben we vegetatie ook “op structuur” bekeken, omdat structuur vaak bepaalt hoeveel soorten er kunnen leven:
- Bij de vegetatiekartering bloemrijkdom zijn 6 plots beschreven met meer dan 50% kruiden.
- Bij de vegetatiekartering graslandfasen zijn 5 plots beoordeeld, met onder andere grassenmix, dominant stadium en gras-kruidenmix.
Bastiaan: “Vegetatiekartering voor bloemrijkdom en graslandfasen doen we wel vaker, maar niet heel vaak. Dat maakt dit project ook op dat vlak bijzonder.”

Aan de zuidkant van de oostelijke plas zijn een aantal groeiplaatsenrietorchis aanwezig (links). Bijenorchis werd in kleine aantallen aangetroffen op de skiheuvel. Foto’s: Bas Verhoeven | Ecoresult B.V.
Insecten en primeurs
Er zijn 16 soorten dagvlinders waargenomen, waaronder 2 Rode Lijst-soorten (bruin blauwtje en grote vos). Ook is er een nog vrij talrijke populatie argusvlinder vastgesteld.
Bij sprinkhanen valt de vondst van greppelsprinkhaan op als nieuw voor het gebied. Bij libellen werd de zuidelijke keizerlibel vastgelegd. Bij bijen werd met weidebij een Rode Lijst-soort aangetroffen.

Argusvlinder werd met 15 exemplaren aangetroffen in het onderzoeksgebied. Foto: Bas Verhoeven | Ecoresult B.V

Dit mannetje zuidelijke keizerlibel werd gezien boven het zuidelijke deel van de oostelijke plas. Foto: B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
Tijdens de insectenronden is ook gekeken naar teunisbloempijlstaart. Daarbij zijn waardplanten gecontroleerd (o.a. grote kattenstaart, grote teunisbloem, harig wilgenroosje en wilgenroosje). Er zijn geen rupsen of duidelijke vraatsporen aangetroffen.
Paddenstoelen
In het paddenstoelenonderzoek, gericht op de grondwal aan de (zuid)oostzijde, zijn 45 soorten gevonden. Het paddenstoelenonderzoek is uitgevoerd door een gespecialiseerd extern bureau. Bijzonder zijn:
- Hebeloma ischnostylum, in het rapport beschreven als nieuw voor Nederland.
- Kleine houtskoolzwam, beschreven als eerste vindplaats in provincie Utrecht en achtste vindplaats in Nederland.
Flexibiliteit tijdens het onderzoek
Een goede inventarisatie is dynamisch. Tijdens het onderzoek kwam vanuit de Gemeente de aanvullende vraag: zijn er waardplanten van bepaalde vlinders aanwezig in het gebied? Door onze flexibele opzet en brede soortenkennis konden we dit direct integreren in het lopende veldwerk.
Ecoloog Niek Rozen over het gronddepot: “Dit leek een vergeten stukje terrein, maar door onze integrale blik zagen we dat het fungeert als een ecologische hotspot voor pioniersoorten.”
Ecoloog Bas Verhoeven (specialist wilde bijen): “Door specifiek te kijken naar de interactie tussen planten en bestuivers, kunnen we heel gericht adviseren. Niet zomaar ‘meer bloemen’, maar precies díe waardplanten die de lokale wilde bijen nodig hebben om te overleven.”
Meer zien, meer bereiken
Een opdracht die inzet op “zoveel mogelijk soorten in beeld” past bij Ecoresult. Door breed te inventariseren en scherp te duiden, maken we zichtbaar waar de biodiversiteit zit én wat het gebied soortenrijk maakt. Zo geldt ook hier: meer zien, meer bereiken.

Bastiaan van de Wetering
Natuurwaardenonderzoek
Wij brengen soorten en habitats nauwkeurig in kaart en vertalen dit naar concrete beheermaatregelen voor vergunningen en projectbesluiten.
Ecoresult B.V. is een ecologisch bureau dat onderzoekt, adviseert en uitvoert. Ons doel is stedelijke gebieden en natuurterreinen zo in te richten dat mens en natuur in harmonie naast elkaar kunnen bestaan. We werken met vraagstukken waarbij de belangen van beide zorgvuldig worden afgewogen. Dit zijn uitdagingen waar wij met passie mee aan de slag gaan.
Onze collega Bastiaan van de Wetering heeft ervaring met het uitvoeren en coördineren van grootschalige monitoringsprojecten met (beschermde) flora en fauna, toetsingen en onderzoeken in buitengebieden en de Delta in het kader van de Wnb. Graag verkennen wij of we ook voor jouw project iets kunnen betekenen. Neem daarvoor contact met ons op en vraag naar onze collega Bastiaan van de Wetering.






