
2 december 2025
2 december 2025
2025 staat in het teken van de woelmuis. Begrijpelijk: woelmuizen zijn cruciaal in de voedselketen. Ze vormen het voornaamste voedsel voor veel roofvogels en kleine roofdieren. Gaat het goed met woelmuizen, dan zie je dat terug in het broedsucces en de overleving van onder meer kerkuil, torenvalk, wezel en hermelijn.
Het is daarom ook heel logisch dat de Zoogdiervereniging in 2025 aandacht vraagt voor alle verschillende woelmuissoorten en laat zien hoe leuk, bijzonder en nuttig deze kleine zoogdieren zijn. In dit artikel zoomen we in op één van de meest bijzondere soorten: de noordse woelmuis. We laten zien wat we weten over zijn leefgebied, waarom de soort zo kwetsbaar is, en hoe zorgvuldig muizenonderzoek onder de Omgevingswet helpt om projecten verantwoord uit te voeren.
Key Takeaways

De noordse woelmuis (Alexandromys oeconomus arenicola) is een aparte soort, waarvan in Nederland een unieke, alleen hier voorkomende ondersoort leeft (A. o. arenicola). Deze ondersoort is sterk gebonden aan natte, open vegetaties en extra kwetsbaar door versnippering, verdroging en concurrentie met algemene soorten als veldmuis en aardmuis.

Gericht water- en vegetatiebeheer kan écht verschil maken: omvorming van monotoon rietland naar nat zeggen- en kruidenrijk grasland leidde bij Kinderdijk binnen korte tijd tot kolonisatie door noordse woelmuis.

Muizenonderzoek onder de Omgevingswet vertaalt soortkennis naar praktijk: in concrete projecten geeft het helderheid over de aanwezigheid van noordse woelmuis, of een vergunning nodig is of de zorgplicht volstaat, en helpt het juridische risico’s en vertraging te beperken.
Dé woelmuis bestaat niet. In Nederland leven vijf soorten woelmuizen:
Van deze vijf soorten is de noordse woelmuis zeer zeldzaam en streng beschermd. Precies daarom vraagt de soort in projecten extra aandacht, zeker wanneer werkzaamheden mogelijk leefgebied raken.

Noordse woelmuis | Foto: Koen van Veen
De noordse woelmuis (Alexandromys oeconomus arenicola) is een unieke Nederlandse ondersoort en een uitgesproken specialist van dynamische, natte, open vegetaties. In de literatuur wordt vaak gesproken over een Nederlandse “metapopulatie”: een netwerk van deelpopulaties die elkaar na lokaal uitsterven weer kunnen herkoloniseren.
Onze collega, ecoloog Koen van Veen, nuanceert dat beeld nadrukkelijk:
“In ons huidige, sterk versnipperde en weinig dynamische landschap is er tussen veel van de overgebleven leefgebieden eigenlijk geen uitwisseling. De soort zit vrijwel letterlijk op kleine eilandjes. Waar de noordse woelmuis lokaal verdwijnt, is dat uitsterven daardoor voor dat gebied meestal definitief. Verdroging, veranderende waterpeilen en het verdwijnen van natte, laagblijvende vegetaties spelen daarbij een centrale rol.”
Concurrentie met algemene soorten als veldmuis en aardmuis versterkt die kwetsbaarheid, al weten we nog weinig van de precieze mechanismen. In gebieden waar deze soorten ontbreken, gebruikt de noordse woelmuis niet alleen de aller natste habitats, maar ook drogere habitats en overgangen binnen het natte landschap.
Verschijnen aardmuis en veldmuis daar alsnog, dan verliezen de noordse woelmuizen doorgaans snel terrein. In randzones delen de soorten het gebied soms in lage dichtheden, maar zodra het leefgebied verandert en verruigt of verder verdroogt, krijgen de concurrenten meestal snel de overhand.
Door klimaatverandering komen (zeer) droge zomers steeds vaker voor. Zulke perioden kunnen ertoe leiden dat het habitat verdroogt en verruigt, de concurrentie van aardmuis en veldmuis toeneemt en de noordse woelmuis uiteindelijk uit een gebied verdwijnt.
Dat betekent in de praktijk: op veel plekken is er geen robuuste metapopulatie meer die lokale uitval eenvoudig kan compenseren. Als een populatie verdwijnt, is dat in zo’n geïsoleerd gebied vaak definitief.

Koen van Veen doet onderzoek naar noordse woelmuis in Kinderdijk | Foto: Nieck Alderliesten
Uit praktijkonderzoek blijkt dat gericht water- en vegetatiebeheer wél verschil kan maken. Koen vertelt: “Noordse woelmuis is een pionierssoort die snel geschikt habitat kan koloniseren, zolang er geen sprake is van concurrentie en dit habitat direct grenst aan huidig leefgebied. In een nat perceel bij Kinderdijk, waar monotoon rietland door beheer is omgevormd tot natte zeggen- en kruidenrijke vegetatie, zaten binnen korte tijd noordse woelmuizen. Deze waren in de situatie daarvoor én het direct grenzende droge rietland afwezig. Op deze locatie vinden wij al enkele jaren noordse woelmuizen, en ook andere percelen worden nu anders beheerd. Of dat succes gaat hebben moet de komende jaren uit monitoring blijken.”
Meer achtergrond over het habitat en het beheer van deze soort is te vinden in onderzoek in de Nieuwkoopse Plassen, waarbij Koen twee studentes van de HAS in Den Bosch begeleidde bij het opzetten en uitvoeren van habitatonderzoek naar de noordse woelmuis (van het vangen en hanteren van dieren tot de inrichting van het onderzoek).
Deze combinatie van ecologische kwetsbaarheid, beheerkeuzes en het sterk gefragmenteerde landschap maakt dat noordse woelmuis in projecten én onderzoek bijzondere aandacht verdient.
Ook in de Hoeksche Waard speelt het spanningsveld tussen bescherming en uitvoering. Ecoresult rondde recent een muizenonderzoek af in Goudswaard (gemeente Hoeksche Waard). Het onderzoek spitste zich toe op de noord- en zuidoever van de uitstroom van gemaal De Eendracht, tegenover de pont naar Tiengemeten. Aanleiding is de aanleg van een vispassage bij het gemaal voor opdrachtgever Waterschap Hollandse Delta.
Noordse woelmuis is hier terecht een aandachtspunt: de soort staat op de Rode Lijst, komt voor op Tiengemeten en wordt in de omgeving met enige regelmaat waargenomen. Daarnaast is de noordse woelmuis een in de EU-Habitatrichtlijn aangewezen prioritaire soort (bijlagen II en IV), waardoor bij de planuitwerking en vergunningverlening extra aandacht vereist is voor het behoud en de kwaliteit van zijn leefgebied.



Foto 1 en 2: Stefan van Schaik zet de inloopvallen uit in gebied de Tiendgorzen
Foto 3: een rosse woelmuis wordt uit de inloopval gehaald en vervolgens in een zak gedaan. Daardoor blijft de val geurvrij en kan de muis veilig en stressvrij worden gehanteerd.
Het onderzoek vond plaats in het najaar van 2025. Van 9 tot en met 13 oktober is een pre-bait uitgevoerd, waarna op maandagavond 13 oktober de vallen zijn scherpgesteld. Vervolgens hebben tot en met vrijdagavond 17 oktober in één vangperiode meerdere vangmomenten plaatsgevonden (ochtend- en avondcontroles).
We kozen voor een diervriendelijke methode met twintig inloopvallen (Heslinga Life Traps) die we tweemaal daags controleerden. Door de vallen te voorzien van nestmateriaal en lokaas, borgden we het dierenwelzijn en verzamelden we betrouwbare data voor determinatie in het veld.

Vallen worden voorzien van nestmateriaal en lokaas.

Ecoresult gebruikt diervriendelijke inloopvallen van Heslinga Life Traps voor muizenonderzoek.

Huisspitsmuis.
In dit onderzoek is de noordse woelmuis niet gevangen. Wel stelden we algemene soorten vast, zoals bosmuis, huisspitsmuis en rosse woelmuis. Op basis van de resultaten kon de aanwezigheid van de noordse woelmuis in het plangebied worden uitgesloten.
Deze uitkomst geeft de opdrachtgever de zekerheid dat aanvullende stappen in het kader van de Omgevingswet voor deze soort niet noodzakelijk zijn, wat onnodige vertraging in de uitvoering voorkomt. Ecoloog Stefan van Schaik, een van de collega’s die het onderzoek in Zuid Beijerland uitvoerde, nuanceert: “Geen vergunning nodig betekent niet dat je zomaar je gang kunt gaan. De zorgplicht vraagt om slim plannen en gerichte maatregelen. Denk aan het gefaseerd ongeschikt maken van vegetatie, werken buiten het broedseizoen of eerst een broedvogelcheck. Zo voorkom je schade, voldoe je aan de wet en houd je het project in beweging.”

Rosse woelmuis.

Bosmuis.

Huisspitsmuis
Iedereen die ontwikkelt, renoveert, sloopt of een bestemming wijzigt, krijgt te maken met de Omgevingswet, provinciale verordeningen en de quickscan flora en fauna. Waar ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud plaatsvindt, is het verplicht te toetsen of de wet niet wordt overtreden. Daarbij gaat het om tijdelijke én permanente effecten op beschermde soorten en gebieden.
Als de quickscan beschermde diersoorten aanwijst (zoals de noordse woelmuis) of als er een gerichte onderzoeksvraag is, zetten wij een passend muizenonderzoek op. Ecoresult werkt met diervriendelijke inloopvallen en determinatie in het veld. Zo ontstaat een feitelijk beeld dat besluitvorming ondersteunt:
Vaak volstaat de algemene zorgplicht voor algemene muizensoorten en broedvogels. Dat betekent zorgvuldig plannen en uitvoeren, met oog voor soorten en seizoen, zonder dat een aparte ontheffing noodzakelijk is.
In onze dagelijkse praktijk voeren we op uiteenlopende locaties muizenonderzoek uit. Dit gebeurt soms als vervolg op een quickscan flora en fauna, soms als zelfstandige soorttoets, als onderdeel van een Soortenmanagementplan (SMP) of een gebiedsbrede nulmeting.
Stefan vertelt: “Daarnaast voerden we dit jaar meerdere onderzoeken naar muizen uit, waaronder in Cortelande (Zuidplaspolder). Daar maakt het onderzoek deel uit van een SMP en een gebiedsbrede nulmeting in de context van de planvorming voor een nieuw dorp en herinrichting van het omliggende gebied. Dergelijke trajecten bieden een consistente basis voor latere besluitvorming en monitoring.”
Waarom juist deze soort en dit type onderzoek zo fascinerend zijn, verwoordt Koen als volgt: “Wat mij zo intrigeert aan muizen, is dat ze als zoogdieren erg onderbelicht zijn, terwijl ze allerlei leefwijzen en habitats hebben. Iedere soort is uniek en heeft zijn eigen karakteristieken. Muizen leven bovendien grotendeels verborgen; je ziet die wereld bijna niet, behalve af en toe de welbekende huismuis die voorbijschiet. Tegelijkertijd spelen muizen een belangrijke functie binnen de ecologie: ze leven in de vegetatie en zijn van grote betekenis als voedsel voor veel andere soorten. Daarnaast zijn er binnen de zoogdieren maar twee groepen die we tijdens onderzoek daadwerkelijk vangen en in handen hebben: vleermuizen en muizen. Dat maakt muizenonderzoek voor mij als ecoloog extra interessant om te doen.”
Ecoresult werkt landelijk voor waterschappen, provincies, gemeenten, projectontwikkelaars en terreinbeheerders. We starten waar nodig met een quickscan flora en fauna en richten desgewenst een doelgericht muizenonderzoek in wanneer beschermde soorten aan de orde zijn.
Resultaten leggen we vast in heldere, praktische rapportages die aansluiten op de Omgevingswet en de zorgplicht.
Daarmee helpen we opdrachtgevers om:
Wil je sparren over een quickscan of muizenonderzoek voor jouw project? Neem contact met ons op of ga direct naar:
Dat hangt af van de ligging en het type werkzaamheden. Projecten in of nabij natte, open vegetaties (rietlanden, zeggenvegetaties, natte graslanden) in kerngebieden of bekende vindplaatsen van noordse woelmuis hebben eerder invloed dan projecten in droog, verhard of intensief agrarisch gebied.
Met een quickscan flora en fauna brengen we eerst in beeld of noordse woelmuis of ander beschermde soorten in beeld zijn. Pas als daar een reële kans op voorkomen uit komt, is een gericht muizenonderzoek nodig.
Muizenonderzoek is nodig als:
Met zo’n onderzoek toetsen we feitelijk of de soort aanwezig is, wat de kwaliteit van het leefgebied is en of uw plannen leiden tot overtreding van de wet. Op basis daarvan blijkt of een vergunning/ontheffing nodig is of dat de algemene zorgplicht volstaat.
Als noordse woelmuis daadwerkelijk wordt vastgesteld:
Blijkt uit de beoordeling dat er toch een juridisch knelpunt is, dan ondersteunen we bij de onderbouwing voor een eventuele ontheffingsaanvraag onder de Omgevingswet. Doel is altijd: natuurwaarden borgen én het project op een verantwoorde manier mogelijk maken.
De belangrijkste succesfactoren zijn:
Zo voorkomt je verrassingen in een laat stadium en wordt muizenonderzoek benut als hulpmiddel om het project juist sneller en juridisch robuust door de Omgevingswet te loodsen.





