21 januari 2026

Wat gebeurt er met huismussen bij sloopprojecten? Kleurringonderzoek geeft antwoord

Deze maand verscheen in Limosa, een vogeltijdschrift over onderzoek naar vogels in Nederland, een praktijkonderzoek naar huismussen van onze collega Cornelis Fokker. Cornelis initieerde dit kleurringonderzoek zelf en zette het van begin tot eind op in Hendrik-Ido-Ambacht, waar een woonwijk gefaseerd werd gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De bevindingen zijn relevant voor iedereen die te maken heeft met huismusmitigatie bij sloop- en renovatieprojecten en nodigen uit tot een gesprek over hoe we hier in Nederland mee omgaan.

Het kleurringonderzoek startte in het voorjaar van 2022, met als doel de kennis over huismussen te vergroten en de effectiviteit van mitigatiemaatregelen te toetsen. Cornelis ringde in totaal 128 huismussen in een wijk van woningcorporatie Rhiant die vanaf het najaar 2022 gefaseerd is gesloopt, terwijl de nieuwbouw vanaf 2024 gefaseerd werd opgeleverd. Hij kreeg hierbij ondersteuning van stagiair Daniël de Jong, die inmiddels bij Ecoresult in dienst is.

Key Takeaways


Kleurringonderzoek maakt individuele verplaatsingen zichtbaar: door 128 huismussen te ringen met kleurringen konden wij exact volgen waarheen ontheemde mussen zich verplaatsten na de sloop van hun nestlocaties.


Huismussen verplaatsen zich gemiddeld 96 meter na sloop, maar de populatie nam sterk af: ondanks dat mussen nieuwe nestplekken vonden, daalde het aantal territoria in vier jaar van 32 naar 13. De jaarlijkse overleving van adulten uit het sloopgebied was 0.42, tegenover 0.56 voor mussen buiten het sloopgebied.


Nestkasten blijven ongebruikt; vegetatie en schuilplekken lijken crucialer: geen enkele gekleurringde huismus gebruikte de 36 opgehangen huismusnestkasten. Het kleurringonderzoek suggereert dat het verlies van dekking (hagen, struiken) en voedsel een grotere rol speelt in de populatieafname dan het gebrek aan nestgelegenheid.

Waarom onderzoek naar huismussen bij sloop?

Huismussen zijn honkvaste standvogels en strikt beschermd onder de Omgevingswet. Bij sloop en renovatie moet daarom rekening worden gehouden met deze soort, onder andere door alternatieve nestgelegenheid aan te bieden in de vorm van nestkasten. Ondanks dat bij de meeste bouwprojecten rekening wordt gehouden met huismussen, werden mussen nooit eerder individueel gevolgd bij grootschalige veranderingen op een broedlocatie.

Cornelis: “De wetenschappelijke onderbouwing van de richtlijnen in het Kennisdocument Huismus is beperkt. Dat was voor mij de aanleiding om nauwkeurig in beeld te brengen hoe een kolonie huismussen zich tijdens en na een sloopproject gedraagt. Lukt het huismussen om zich elders te vestigen, en zo ja, op welke afstand? Maken ze gebruik van opgehangen nestkasten en herkoloniseren zij de nieuwbouw?”

Mistnet met huismus in achtertuin van een van de huizen die inmiddels gesloopt is. | Foto: Cornelis Fokker

De kleurringen zorgen voor een unieke code per vogel. Ook is er één metalen ring geplaatst met een code van het Vogeltrekstation | Foto: Cornelis Fokker

Hoe werd het kleurringonderzoek uitgevoerd?

Het onderzoeksgebied in Hendrik-Ido-Ambacht betrof elf te slopen huizenblokken met in totaal 83 eengezinswoningen (gebouwd in 1953-1957) en de directe omgeving. De woningen hadden lange achtertuinen met veel ligusterhagen, struiken en andere dekkingsmogelijkheden voor huismussen. Eind 2022 werd het eerste deel gesloopt (fase 1) en na het broedseizoen van 2023 werd het restant gesloopt (fase 2).

In 2022 en 2023 werden in totaal 128 huismussen gekleurringd met een combinatie van drie kleurringen en een metalen ring. Cornelis bezocht het gebied gemiddeld één keer per week in het broedseizoen en registreerde alle territoriale en nest-indicerende huismussen. Ook werden alle 101 voor tijdelijke mitigatie opgehangen nestkasten (36 voor huismus, 65 voor gierzwaluw) en de nieuwe nestgelegenheden na de nieuwbouw op de voet gevolgd.

Overzicht van nestlocaties van Huismussen in het onderzoeksgebied (doorgetrokken lijn) en het sloopgebied fase 1 (blauw gearceerd) en fase 2 (groen gearceerd) in de periode 2022–25. Nestlocaties van geringde Huismussen uit het sloopgebied zijn groen weergegeven. Het gebied buiten het sloopgebied maar binnen het onderzoeksgebied betreft de buffer. Op de luchtfoto’s is de sloop van fase 1 zichtbaar (2023) en de sloop van fase 2 en nieuwbouw in fase 1 (2024). In 2025 was de nieuwbouw gereed.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

Territoria nemen sterk af

Bij de start van het kleurringonderzoek in 2022 waren 32 territoria aanwezig, waarvan 25 binnen het sloopgebied. Na de volledige sloop in 2024 waren alle huismussen uit het sloopgebied verdwenen. Het aantal territoria in de bufferzone rondom het sloopgebied steeg tijdelijk van 7 naar 26, maar halveerde in 2025 weer naar 13 territoria. In de nieuwbouw vestigden zich in 2024 en 2025 geen huismussen, ondanks dat er voldoende nestgelegenheid was aangebracht in de vorm van ingemetselde neststenen en een geschikt dakvlak.

Verplaatsingen blijven beperkt

Van de 29 gekleurringde huismussen die in 2022 in het sloopgebied broedden, werden er in 2023 elf teruggevonden. Deze vestigden zich na de sloop op gemiddeld 70 meter van de originele nestplaats. Na de tweede sloopfase in 2024 verplaatsten de mussen zich over gemiddeld 122 meter. Over de gehele onderzoeksperiode verplaatsten ontheemde huismussen zich gemiddeld 96 meter van hun oorspronkelijke nestplaats.
De dispersie van jongen was aanzienlijk groter dan van volwassen huismussen. Van de geringde jongen uit het sloopgebied werd 38% teruggevonden in het broedseizoen na de sloop. Gemiddeld vestigden deze zich op 276 meter van de ringplaats, met een maximum van 1 kilometer. Jonge mannetjes vestigden zich gemiddeld verder dan vrouwtjes (respectievelijk 358 en 221 meter).

Overleving en populatieontwikkeling

De jaarlijkse overleving van adulten uit het gesloopte gebied was 0.42, tegenover 0.56 van volwassen huismussen die buiten het sloopgebied broedden. Het is aannemelijk dat de afname van het aantal territoria vooral terug te voeren is op een lage reproductie, en daarmee te weinig aanwas om de populatie op niveau te houden.

Nestkasten blijven ongebruikt

Geen van de gekleurringde huismussen uit het sloopgebied werd aangetroffen in de 36 opgehangen huismusnestkasten. In totaal waren in 2022-2025 slechts vier nestkasten bezet door ongeringde huismussen, allen gierzwaluwkasten. Alle gekleurringde huismussen die gevolgd konden worden, nestelden op ‘natuurlijke’ nestplaatsen, met name onder dakpannen.

Diverse huismussen uit het sloopgebied stichtten nieuwe kolonies, maar de huizen(blokken) waarin deze nieuwe kolonies zich bevonden werden na één of twee jaar weer verlaten. Ontheemde huismussen die zich direct aansloten bij bestaande kolonies, bleven daar tot het eind van de onderzoeksperiode.

Huismus man (Bm/GW) en vrouw (WY/Bm) parend in de dakgoot
van het oorspronkelijke broedgebied wat is gesloopt.| Foto: Cornelis Fokker

Wat betekent dit voor huismusmitigatie in de praktijk?

Dit kleurringonderzoek suggereert dat het uitsluitend plaatsen van (tijdelijke) nestkasten gedurende het sloop- en nieuwbouwtraject onvoldoende is voor een mussenpopulatie om zich te kunnen handhaven. Nestgelegenheid leek in dit onderzoeksgebied geen limiterende factor.

Cornelis: “Beschutting en voldoende voedselaanbod lijken mede bepalend te zijn geweest voor de achteruitgang van de huismussenpopulatie. In het sloopgebied zijn zowel dekking (hagen, groene struiken) als belangrijke voedselbronnen (groene tuinen, hagen en voerende bewoners) verloren gegaan. Mogelijk is het compenseren voor het verlies van dekking en voedsel zelfs een effectievere mitigerende maatregel dan het ophangen van nestkasten.”

Om herkolonisatie na nieuwbouw mogelijk te maken is het essentieel dat er voldoende nestplekken, dekking én voedsel beschikbaar zijn. In deze studie boden de nieuw aangelegde tuinen nog geen dekking en voedsel, wat een reden zou kunnen zijn waarom herkolonisatie binnen twee jaar niet gebeurde.

Wat betekent dit voor de toekomst?

Dit kleurringonderzoek laat zien hoe een huismussenpopulatie reageert op grootschalige sloop. Het zou waardevol zijn om vergelijkbaar onderzoek uit te voeren bij een renovatieproject, om te zien hoe huismussen daarop reageren en of dan ook de omvang van de populatie afneemt. Zo kunnen we mitigatiemaatregelen verder verfijnen en beter afstemmen op verschillende typen bouwprojecten.

Wil je hierover in gesprek of deze inzichten vertalen naar jouw project?

Neem contact met ons op!

Vond je dit nieuwbericht interessant? Deel het met anderen:

Cornelis Fokker wint Herman Klompprijs 2025