Ecologische werkbegeleiding in de Bethunepolder

09 mei 2014

Even ten noorden van het Utrechtse dorp Maarssen ligt de Bethunepolder. De polder, onderdeel van het Noorderpark, wordt op dit moment voor natuur en landbouw heringericht. In opdracht van Dienst Landelijk Gebied is Ecoresult betrokken bij het project en doet de ecologische werkbegeleiding.

Bethunepolder

Verzachtende maatregelen

Bij een herinrichting kunnen schadelijke effecten op planten en dieren optreden. Dit kan door bijvoorbeeld de sloop van gebouwen, door het kappen van bomen of door het droogleggen van watergangen. Al deze werkzaamheden kunnen invloed hebben op de flora en fauna in het gebied. De Flora- en faunawet beschermt deze planten en dieren tegen bijvoorbeeld beschadigingen.

Omdat de werkzaamheden in de Bethunepolder plaatsvonden in het vogelbroedseizoen én omdat de beschermde vissensoort de kleine modderkruiper door ons werd aangetroffen, moesten mitigerende maatregelen worden getroffen. Ecoresult stelde een zogenoemd ecologisch werkprotocol op om de schade aan de dieren zo veel mogelijk te beperken of te voorkomen. Dit protocol werd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland door middel van een verleende ontheffing Flora- en faunawet goedgekeurd.

Vogelbroedseizoen

Omdat het project deels plaatsvindt in het vogelbroedseizoen, werd een broedvogelcheck uitgevoerd. Daarmee kijken we of we verstoring van het broedseizoen door de werkzaamheden helemaal kunnen uitsluiten, eventueel door het treffen van voorzorgsmaatregelen.

Vogelbroedseizoen

Tijdens werkzaamheden moet altijd rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. De Flora- en faunawet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen – het gaat erom of er een broedgeval is. Nesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 11 van de Flora- en faunawet. Vogels zijn tijdens het broedseizoen namelijk extra gevoelig voor verstoring. Als ze gestoord worden, verlaten ze hun nest (soms zelfs definitief) en komen de jongen in gevaar.

Grutto

Omdat in het gebied voornamelijk weidevogels zitten, werd iedere 12,5 meter een stok met bouwlint geplaatst. Weidevogels houden van open grasland zonder bomen, want daar kunnen ze goed overzicht houden. De stokken nemen een deel van dit overzicht weg en daarmee hopen we dat de weidevogels een andere broedlocatie zoeken. Ook zorgen de linten voor verstoring door geluid en beweging.

Ondanks de geplaatste stokken kwamen toch twee paar kieviten en een paartje grutto’s tot broeden. De kieviten kwamen uit voordat de werkzaamheden plaatsvonden op het betreffende perceel. Voor de grutto werd – gebaseerd op onze ervaring met weidevogelbescherming – besloten om een straal van 20 meter rondom het nest met rust te laten. Naar verwachting komen deze eieren rond 10 mei uit. Broedsels werden niet verstoord, de werkzaamheden hadden geen vertraging.

Werkzaamheden

De kleine modderkruiper

Om de effecten van de werkzaamheden op de kleine modderkruiper zo veel mogelijk te verzachten, werden sloten voorafgaand aan het dempen leeggevist. Gevangen kleine modderkruipers en andere waterdieren werden overgeplaatst naar watergangen binnen hetzelfde watersysteem waar niet werd gewerkt. In andere gevallen werden dikke duikers aangelegd waardoor het leefgebied van de kleine modderkruiper blijft verbonden. Zo blijft de populatie kleine modderkruipers in het gebied in stand.

De kleine modderkruiper is opgenomen in tabel 2 van de Flora- en faunawet. Hij staat vermeld in bijlage 3 van de Conventie van Bern en bijlage 2 van de Europese Habitatrichtlijn, omdat hij in grote delen van Europa zeldzaam is (zie de kaart).

Verspreidingsgebied kleine modderkruiper